Lichtorgel
Veertig jaar geleden. Een vriend van me zit op een electroclub in de kelder van het Coornhertlyceum. Dat interesseert me wel, denk ik, en ga met hem mee. Hij heeft mij verteld dat hij zelf lichtorgels in elkaar kan żetten. Dat wil ik ook. Ik wil graag John Travolta zijn. Het lichtorgel bestaat uit drie gekleurde gloeilampen op een plank, een condensator en een snoer dat in je stereoinstallatie past. De lampen zijn rood, groen en blauw. Het enige leuke aan de kelder vind ik het moment dat ik er weer uit kom. Het is lente, het regent zacht, en er staan wilde rozestruiken die de vallende avond zegenen met een geur waarin ik wil verdrinken. Ik ga alleen nog pro forma de kelder in, om zo vaak mogelijk opnieuw de magie van de geur te ervaren, als ik de trap oploop en de deur opensla. Het eindigt zo dat ik de vriend vraag wat het kost als hij voor mij zo'n lichtorgel maakt. 5 gulden.
Ik lig op bed in mijn kamer in Heemstede en kijk naar de kleur die de lampen afwisselend op het plafond maken. Ik heb de gordijnen gesloten. De stereo speelt Follow You Follow Me van Genesis. Ik verzuip in de kleuren van de lampen en in de muziek. Alles is goed.