Het boek van Joubert Pignon
Ik lees een boek van Joubert Pignon. Hij plast vaak in zijn broek, of hij moet poepen of hij beschrijft dat hij met zijn reet natte sporen achterlaat op het klapstoeltje op het balkon van de trein.
Ik lees het boek aan het binnenzwembad van een hotel met een sauna.
Ik zit alleen in de sauna als het dorpshoofd binnenkomt van ons 103 koppen tellende gehucht.
Even later komt ook zijn maitresse binnen.
Toen hij dorpshoofd werd is het hem naar zijn hoofd gestegen, heeft hij zijn vrouw laten zitten en een maitresse genomen.
Zijn vrouw is naaister, zijn maitresse bankemployee.
Het dorpshoofd is een alfa-aap, maar ik weiger me aan dat spelletje te onderwerpen.
Daarom verlopen onze gesprekken altijd onbeslist.
Ik zit tussen de aap en zijn maitresse in, omdat ik midden in de sauna was gezeten, toen ze binnenkwamen.
Ik merk op dat zijn maitresse op een bepaald moment pro forma 5 centimeter opschuift, van mij af.
Ik denk dat zij bezorgd is dat het dorpshoofd van mening is dat zij dichter bij mij zit dan nodig is.
We zweten gezamenlijk in stilte, want het gesprek liep al na drie zinnen vast, tot ik naar buiten loop.
Ik neem een ijskoude douche en installeer me aan de rand van het zwembad. Ik haal het boek van Joubert Pignon uit mijn tas. Ik heb het in een plastic zak gedaan, zodat mijn natte goed het niet week maakt.
Ik verdwijn in het boek, totdat ik spetters voel. Het is de aap die 2 meter voor mij in het zwembad met zijn rug in de jetstream staat. Hij laat de straal op zijn rug ricocheren in mijn richting, terwijl hij zonder reden zijn armen spreidt als Jezus Christus aan het kruis.
Ik draai mijn stoel een kwartslag zodat de druppels het boek niet kunnen raken.